Hartfalen treft naar schatting 500.000 mensen in Nederland. Meer dan de helft van hen weet niet dat ze deze chronische aandoening heeft. De kennis over hartfalen is zorgwekkend laag: ruim de helft van de Nederlanders weet niet dat de ziekte dodelijk kan zijn en slechts één op de vijf weet wat hartfalen inhoudt. Daardoor worden signalen vaak niet herkend, met alle gevolgen van dien. De cijfers komen uit onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van de Hartstichting.
Steven Chamuleau, hoogleraar cardiologie bij het Amsterdam UMC en voorzitter van het deltaplan Hartfalen, legt uit: „Het hart is een spier die normaal gesproken zo’n zestig keer per minuut bloed rondpompt. Dat komt neer op ongeveer 100.000 slagen per dag. Bij hartfalen werkt die pomp- en spierfunctie minder goed.” Wanneer het hart minder efficiënt pompt, krijgen organen en spieren minder zuurstof en voedingsstoffen. Dit kan klachten veroorzaken in het hele lichaam.
„Vooral bij inspanning merk je bij hartfalen dat het hart het minder goed doet”, aldus de cardioloog. „Maar uiteindelijk heeft het effect op alles, inclusief het hart zelf. Dat komt doordat het hart bij hartfalen ook minder goed zichzelf van bloed voorziet, wat weer kan leiden tot andere problemen zoals hartritmestoornissen of lekkende hartkleppen.”
Onduidelijkheid over de term
Hoewel de term hartfalen veel mensen bekend in de oren klinkt, bestaat er veel verwarring over wat het precies is. Het wordt vaak verward met een hartinfarct of hartstilstand, terwijl het om een chronische aandoening gaat die zich meestal geleidelijk ontwikkelt. Toch is de impact groot: dagelijks overlijden er in Nederland 22 mensen aan hartfalen.
De oorzaak ligt altijd in schade aan het hart. Die kan bijvoorbeeld ontstaan door een eerder hartinfarct, langdurig hoge bloeddruk, hartritmestoornissen of hartklepaandoeningen. Vooral een langdurig verhoogde bloeddruk speelt een belangrijke rol. „Als het hart constant tegen een hoge druk in moet pompen, kost dat meer energie. Op een gegeven moment houdt de hartspier dat niet meer vol,” legt Chamuleau uit.
'Atypische signalen'
Mensen met overgewicht, diabetes, een hoog cholesterol, een rookverleden of een erfelijke aanleg lopen meer risico op hartfalen. Volgens Chamuleau lopen er veel patiënten rond zonder diagnose, vooral vanwege het klachtenpatroon: „De symptomen van hartfalen zijn vaak divers en soms atypisch, waardoor ze niet altijd worden herkend.” Juist die signalen verdienen meer aandacht.
De vier belangrijkste symptomen zijn vermoeidheid, kortademigheid, vocht vasthouden en een verhoogde bloeddruk. Vermoeidheid is een belangrijk signaal, zeker als deze extreem en langdurig is zonder duidelijke reden. Kortademigheid kan optreden bij inspanning, maar ook in rust. „Sommige mensen worden benauwd als ze plat in bed liggen”, zegt Chamuleau. „Dat kan zelfs leiden tot een prikkelhoest wanneer je ligt, waardoor je ook slechter slaapt.”
Vocht vasthouden
Een ander duidelijk zichtbaar signaal is het vasthouden van vocht. Dit is vaak te zien in de benen, enkels of buik en kan samengaan met plotselinge gewichtstoename zonder dat iemand meer is gaan eten. Ook vaker moeten plassen in de nacht kan hiermee samenhangen. Een verhoogde bloeddruk kan eveneens een indicatie zijn. „Zoals de Amerikanen zeggen: ‘know your numbers’. Heel veel mensen weten niet wat hun bloeddruk is en dus ook niet of deze langdurig verhoogd is. Eigenlijk is regel één: zorg dat je je bloeddruk een keer laat meten.”
Naast deze symptomen zijn er volgens de Hartstichting ook minder bekende signalen die op hartfalen kunnen wijzen. Denk aan concentratie- of geheugenproblemen, hartkloppingen, een verminderde eetlust, een opgeblazen gevoel in de buik en koude handen en voeten.
Diagnose stellen
„Het zijn juist die vage klachten waarbij mensen vaak denken: het zal wel meevallen, of ze relateren het aan drukte en stress”, zegt Chamuleau.
Als iemand meerdere van deze symptomen herkent of als klachten langere tijd aanhouden zonder duidelijke verklaring, is het verstandig om naar de huisarts te gaan. Een diagnose kan relatief snel worden gesteld. Huisartsen herkennen de combinatie van klachten vaak en kunnen met een bloedtest en bloeddrukmeting al een eerste inschatting maken.
Bij een vermoeden van hartfalen volgt meestal een verwijzing naar de cardioloog voor aanvullend onderzoek, zoals een echo van het hart. Vroege herkenning is cruciaal. „Als mensen te lang rondlopen met onbehandeld hartfalen, kan het hart snel achteruitgaan”, waarschuwt de cardioloog. „Zodra iemand in het ziekenhuis wordt opgenomen met hartfalen, is de kans op overlijden in de vijf jaar daarna ongeveer 65 procent.”
Daarom is het van groot belang dat signalen serieus worden genomen. „We hebben tegenwoordig goede behandelmogelijkheden, zeker als we er op tijd bij zijn. Hoe eerder we ingrijpen, hoe groter de kans dat we de ziekte kunnen afremmen en de kwaliteit van leven kunnen verbeteren.”
Bronvermelding: https://academie-nieuwezorg.nl